Zo plant je een boom.

De bomen liggen klaar om geplant te worden

01. Bodemonderzoek

Neem een representatieve monstername van de grond waarin de bomen worden aangeplant en voer hier een analyse op biologische, chemische en fysische parameters op uit.

Zet de grondboringen altijd door tot in het grondwater. Hiermee krijg je inzicht in de bodemopbouw, de diepte van het grondwater en de (harde) scheidende lagen) tussen de wortelkuit en het grondwater.

 

02. Bemestingskeuze

Maak een keuze in bemesting gericht op de aan te planten boomsoort en het resultaat van het onderzoek naar de bodemkwaliteit.

 

03. Spitten van het plantvak

Breng de gekozen bemesting aan het de plantplaats en meng tijdens het spitten van het plantvak, minimaal 2,00 x 2,00 x 1,00 meter, de bemesting door de bodem.

Zorg er tijdens het spitten voor dat een sterk afwijkende onderlaag niet vermengd wordt met de bovenlaag. Een eventueel aanwezige harde laag met het mes van de bak van de graafmachine losmaken.

 

04. Plantgat graven

Ontgraaf het plantgat tot ca. 15 cm onder de onderzijde van de aan te brengen wortelkluit.

 

05. Aanbrengen van beluchtingssysteem

Het beluchtingssyteem, bestaande uit een beluchtingsdrain omwikkeld met een kunststof kous, aanbrengen op de bodem van het plantgat en afdekken met grond. De grond licht met de voet aanstampen.

 

06. Boompalen plaatsen

Breng de boompalen, vrij van de te plaatsen wortelkluit en iets schuin naar buiten (van de stam af), aan. Ga bij een boommaat van 30/35 uit van 3 boompalen. Kleinere bomen kunnen met 2 boompalen toe, maar houd bij de locatie van de boompaal rekening met de heersende windrichting.
Indien de bomen langs wegen staan met veel (vracht-)verkeer kan het noodzakelijk zijn om ook bij de kleinere bomen 2 boompalen toe te passen.

 

07. Boom plaatsen

Plaats de boom zodanig dat de bovenzijde van de kluit gelijk, of iets hoger (2 cm), is aan het toekomstig maaiveld.
Het plaatsen van de boom moet gebeuren met een boomanker en bast bescherming om de gezondheid en kwaliteit van de boom te kunnen garanderen.

 

08. Boom verankeren aan boompalen

De boompalen met de boomband afwerken op de gewenste hoogte.  Trek de boompalen met de boomband naar de stam toe en zet vast met een spijker.

Mochten de boompalen niet stabiel genoeg aanvoelen, vanwege de ondergrond, vorm dan met horizontale planken een boomjuk.

 

09. Gietrand aanbrengen

Breng een kunststof gietrand van 0,40 meter hoog aan en werk deze af op/tegen de wortelkluit; de gietrand zal hierdoor ca. 0,25 meter boven het maaiveld uitsteken. Het volume van de gietrand moet ten minste 50 liter bedragen.

 

10. Afwerken van beluchtingssysteem

Het beluchtingssysteem tot 0,15 meter boven het maaiveld inkorten en een kunststof schroefkap aanbrengen op de uiteinden. Het beluchtingssysteem moet buiten de gietrand worden afgewerkt, omdat deze ander tijdens de watergift het water direct onder de kluit brengt in plaats van in de kluit.

 

11. Watergeven

De bomen hun 1ste watergift geven om de bodem ter plaatsen te laten zetten. Voorkom hierbij uitspoeling rond de kluit. Mocht er toch sprake zijn van uitspoeling, werk de grond rond de kluit dan opnieuw af.

 

Een boom planten is maatwerk.

 
 

Wilt u naar aanleiding van dit onderwerp reageren, dan kan dit hier:

HANDBOEK Groen

De KENNISPAGINA GROEN van innoVIRENS is een verzameling van praktische kennis en tools over de groene wereld en hoe wij hierin te werk gaan. Iedere maand zullen wij nieuwe kennis toevoegen aan deze KENNISPAGINA GROEN en deze beschikbaar maken op onze website en bij u in de inbox. 

Ieder artikel is te downloaden als een PDF, zodat u dit als naslagwerk beschikbaar heeft of kunt uitdelen aan uw werknemers / uitvoerders.